Jaarplan 2021 Inspectie SZW

Het Jaarplan Inspectie SZW beschrijft hoe de Inspectie SZW in 2021 resultaten en effecten wil bereiken. Het is het derde uitvoeringsjaar van het Meerjarenplan 2019–2022. In 2020 heeft de Inspectie een midterm review van dit Meerjarenplan uitgevoerd. Waar nodig is de verdeling van inspectiemiddelen herijkt. Ook de coronacrisis heeft een grote impact op het werk. De Inspectie heeft daarom haar werkwijze en activiteiten aangepast.

Uit het voorwoord van Marc Kuipers, Inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

“Hoe 2021 eruit gaat zien is in veel opzichten onbekend. Wat we wel weten, is dat het coronavirus ingrijpende gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt. Het heeft ontwikkelingen zichtbaarder gemaakt, die ons eigenlijk al bekend waren, maar waarvan we als maatschappij nog konden wegkijken. Vooral bij werkenden die laagbetaald werk verrichten op flexibele basis, zien we een stapeling van arbeidsrisico’s. Een groep die daarbij extra opvalt zijn de arbeidsmigranten. Los van nieuwe ontwikkelingen houden we onverminderd aandacht voor risico’s zoals de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, werkdruk en arbeidsdiscriminatie, arbeidsongevallen, druk op eerlijk werk."

De ontwikkeling van het coronavirus en de impact ervan zijn met grote onzekerheid omgeven. De activiteiten van de Inspectie SZW voor 2021 staan dan ook niet vast. Als de omstandigheden daarom vragen, zal de Inspectie ook in 2021 bijsturen op prioritaire risico’s en haar werkwijze.

Programma's I-SZW
Programma's I-SZW

Korte inhoud van het sectorprogramma Bouw en infrastructuur:

In de bouw en infra zijn de marges klein, de deadlines strak en de ketens van onderaanneming lang. Er werken relatief veel zzp’ers en arbeidsmigranten, vaak met een zwakke arbeidsmarktpositie. Hierdoor zijn naast de risico’s op gezond en veilig werken, ook de risico’s op oneerlijk werk aanzienlijk. De opdrachtgevers en opdrachtnemers in de keten nemen onvoldoende de verantwoordelijkheid zich ervan te vergewissen dat deze risico’s worden meegenomen bij het maken en bijstellen van de bouwkundige, technische en organisatorische keuzen en werken hierbij onvoldoende samen.

Het programma streeft ernaar dat werkenden in de bouw en infra gezond hun pensioen halen en tegen eerlijke arbeidsvoorwaarden hun werk kunnen doen. Met verschillende interventies worden opdrachtgevers aangezet hun verantwoordelijkheid te nemen voor veilig, gezond en eerlijk werk. Daarbij is vanuit de Inspectie aandacht voor de gehele bouwketen in alle bouwfasen, van ontwerp tot sloop. De focus ligt op woningbouwcorporaties als belangrijke opdrachtgever.

Ernstige ongevallen (soms met dodelijke afloop) zijn in de bouw en infra geen uitzondering. Qua aantallen is dat door de jaren heen vrij stabiel gebleven. De Inspectie onderzoekt daarom de relatie tussen de samenloop van risico’s op de bouwplaats en ernstige ongevallen. Met de verkregen inzichten wordt een verdere aanpak ontwikkeld.

Bij snelle renovatie en verbouwprojecten van gebouwen met een speculatief oogmerk is de kans op misstanden met eerlijk werk relatief groot. De Inspectie ontwikkelt hiervoor een ‘stadsgerichte aanpak’, waarbij op lokaal niveau wordt samengewerkt met andere toezichthouders. Daarnaast werken Inspectie en de Belastingdienst samen bij de analyses van poortadministraties van grote bouwwerken en voeren gezamenlijk interventies uit.

Meerjarenplan 2019-2022

Komend jaar (2021) is het derde uitvoeringsjaar van het Meerjarenplan 2019–2022 (MJP), waarin de meerjarige strategische doelstellingen van de Inspectie SZW zijn vastgelegd. Het meerjarenplan 2019-2022 is gebaseerd op een verbeterde objectieve risico- en omgevingsanalyse. Nieuw is dat het perspectief van burgers nu ook wordt meegewogen: wat zijn volgens hen de belangrijkste risico’s op de arbeidsmarkt voor de Inspectie om op te treden.

De Inspectie streeft ernaar de capaciteit en middelen met name in te zetten op de meest risicovolle situaties en bedrijven, de top van de piramide. Zo leidt de risicogerichte aanpak ertoe dat in het Meerjarenplan en Jaarplan met name die situaties op de arbeidsmarkt worden beschreven, waarbij de Inspectie verwacht te moeten handelen en/of ingrijpen.

Door de nieuwe risico- en omgevingsanalyse wordt een aantal activiteiten samengevoegd om de inzet zo effectief mogelijk te organiseren: het aantal programma’s wordt teruggebracht van 24 naar 17. Naast intensivering is er sprake van verbreding. Bij de risico’s van industriële arbeid lag bijvoorbeeld de focus op de sector metaal. Nu wordt een breder programma gestart dat zich gaandeweg in meerdere branches richt op de risico’s van industriële arbeid, waaronder de afvalbranche.

Het programma “Bedrijven met gevaarlijke stoffen” is omgevormd tot een deskundig dedicated team voor de aanpak van gevaarlijke stoffen. Een arbeidsmarktbrede aanpak staat daarbij centraal, waarbij het gaat om de voorkoming van enerzijds acute blootstelling aan gevaarlijke stoffen door de borging van procesveiligheid en anderzijds van chronische blootstelling aan de carcinogene (kankerverwekkende), mutagene en reprotoxische stoffen. Ook gaat het om bijvoorbeeld de blootstelling van Chroom VI, kwartsstof en lasrook in andere sectoren.